Taal van Marten Toonder

10 november 2006

Het symposium 2006 van de Jan Campert-Stichting, werdt georganiseerd in samenwerking met het Letterkundig Museum en was gewijd aan Marten Toonder als schrijver. De geestelijk vader van Olie B. Bommel en Tom Poes overleed in 2005 op 93-jarige leeftijd. De sprekers; Eiso Toonder, de oudste zoon van Marten en tientallen jaren zijn medewerker. Hij sprak over de relatie tussen de broers Marten en Jan Gerhard en over de invloed van vader Marten Senior, en echtgenote, Phiny Dick, op Toonders geestelijke ontwikkeling als kunstenaar. De Vlaamse essayist, dichter en Holland-watcher Geert van Istendael, auteur van onder meer Mijn Nederland, waarin aandacht aan Marten Toonder besteed wordt. Van Istendael beklemtoonde in zijn lezing het typisch Nederlandse karakter van Toonders werk. Pim Oosterheert, directeur en conservator van De Bommelzolder te Zoeterwoude, is de auteur van o.m. in 2005 verschenen Bommellexicon en het Groot Citatenboek. Hij sprak over Toonders levensbeschouwing zoals die in zijn werk naar voren komt. De lexicograaf en taalkundige Wil Pijnenburg belichte Toonder als taalkunstenaar, m.n. als schepper van inmiddels ingeburgerde woorden als denkraam’ en ‘minkukel’. Hoe groot is Toonders bijdrage aan onze taal en waaruit bestaat die? Prof.dr. Arnold Heertje, Amsterdams oud-hoogleraar economie, hield een betoog over Heer Bommel en het (grof)stoffelijke. Het symposium werd afgesloten met een forumdiscussie tussen de deelnemers o.l.v. Ewoud Sanders, lexicograaf en publicist.