Constantijn Huygens-prijs

Jaarlijkse oeuvreprijs, ingesteld op 20 januari 1948, met terugwerkende kracht vanaf 1947 toegekend. De prijs bedraagt € 12.000.

Jan Campert-prijs

Jaarlijkse poëzieprijs. Aanvankelijk bestemd voor dichters of essayisten jonger dan dertig jaar. Alleen aan de eerste laureaat werd de voorwaarde gesteld dat hij of zij zich door zijn of haar houding in het verzet moest hebben onderscheiden. In de beginjaren kon ook ongepubliceerd werk ingezonden worden. Al spoedig werd de prijs gereserveerd voor poëzie die in het voorafgaande jaar was verschenen. De prijs bedraagt € 6.000.

F. Bordewijk-prijs

Tot 1978 Vijverberg-prijs genoemd. Jaarlijkse prozaprijs, op 20 januari 1948 ingesteld en aanvankelijk alleen voor (ongepubliceerde) romans, die zich ten dele in Den Haag moesten afspelen. Deze voorwaarde verviel al snel. Incidenteel werd de Vijverberg-prijs toegekend aan toneelwerk. Vanaf 1956 werd de prijs toegekend aan in het voorafgaande jaar verschenen verhalend proza. De prijs bedraagt € 6.000.

Jan Greshoff-prijs

Tweejaarlijkse essayprijs, ingesteld in 1978, als voortzetting van de onregelmatig toegekende bijzondere prijs. De bijzondere prijs werd in 1951 ingesteld ter bekroning van essayistisch werk of van bijzondere verdiensten voor de Nederlandse letterkunde. De prijs bedraagt € 6.000.

Nienke van Hichtum-prijs

Prijs ter bekroning van jeugdboeken, ingesteld in 1964, aanvankelijk onregelmatig en sinds 1973 tweejaarlijks. De prijs bedraagt € 6.000.