Actueel

Toekenning prijzen 2009
De Jan Campert-Stichting, die al meer dan zestig jaar de literaire prijzen van de Gemeente Den Haag toekent, heeft voor 2009 vier schrijvers bekroond.

Arnon Grunberg (1971) ontvangt de Constantijn Huygens-prijs 2009 voor zijn hele oeuvre. ‘De afgrond zonder vangnet tegemoet treden’: dat wil Beck uit Grunbergs roman De asielzoeker. Hetzelfde kan gezegd worden van de schrijver zelf. Nietsontziend verbeeldt hij in zijn romans de meest zwarte kant van de mensheid. Soms ironisch, soms ernstig, altijd in zijn hoogstpersoonlijke stijl rukt Arnon Grunberg ons de maskers af.

Alfred Schaffer (1973) valt voor zijn bundel Kooi de Jan Campert-prijs 2009 toe.  Kooi is een rijke, veelstemmige bundel, waarin een ontheemde ‘jij’ figureert, die we allemaal kunnen zijn. Scherp, bitter en toch liefdevol schrijft Schaffer steeds weer over de mensen in hun desolate, gemediatiseerde wereld. Communicatie is er nog wel, maar van een moeizame soort.

Aan Marie Kessels (1954) is voor haar roman Ruw de F. Bordewijk-prijs 2009 toegekend.  Minutieus en met groot stilistisch vermogen – verhalend en essayistisch – beschrijft Marie Kessels de wereld van een vrouw, die door een verkeersongeluk blind is geworden. Kessels registreert en is nergens larmoyant. Als lezer word je de duisternis ingetrokken, wat verbazend genoeg eerder een avontuurlijke dan een beklemmende ervaring is.

Bovengenoemde prijzen worden jaarlijks toegekend. Els Beerten (1959) ontvangt de tweejaarlijkse Nienke van Hichtum-prijs voor jeugdliteratuur 2009 voor haar roman Allemaal willen we de hemel. Waarheid en leugen, schuld en onschuld, goed en fout, en de dunne grens daartussen: daarover gaat deze monumentale coming-of-age-roman. Tegen de achtergrond van de Tweede Wereldoorlog laat Els Beerten de vier jonge hoofdpersonen aan het woord. Ze creëert daarmee een vernuftig caleidoscopisch beeld van personages, meningen en feiten.

Aan de Constantijn Huygens-prijs is een bedrag van € 10.000 verbonden. De andere prijzen bedragen € 5.000.
Van de jury onder voorzitterschap van Aad Meinderts maakten deel uit Yra van Dijk, Hans Groenewegen, Koen Hilberdink, Aukje Holtrop, Ena Jansen, Jos Joosten, Annemie Leysen en Lut Missinne.

De feestelijke prijsuitreiking vindt plaats op zaterdagavond 6 maart 2009 in Pulchri Studio in Den Haag tijdens het jaarlijkse literaire festival Het Voorwoord. De prijzen worden uitgereikt door de Haagse wethouder van Cultuur en Financiën, Marieke Bolle.



Prijsuitreiking 2008
De Campert-prijzen 2008 werden op zondag 8 maart 2009 uitgereikt in de Koninklijke Schouwburg te Den Haag tijdens het literaire festival Het Voorwoord. Zie voor meer informatie Prijswinnaars 2008.

Prijsuitreiking 2007

De Campert-prijzen 2006 werden op 11 maart 2007 uitgereikt in de Koninklijke Schouwburg te Den Haag tijdens het literaire festival Het Voorwoord. Zie voor meer informatie Prijswinnaars 2007.


19 februari 2005
Op zaterdag 19 februari 2005 verscheen in NRC Handelsblad een interview van de journalist Godert van Colmjon met oud-verzetsman Gerrit Kleinveld. Kleinveld vertelde van een ex-gevangene van Neuengamme, Jan van Bork, gehoord te hebben dat Campert door medegevangenen was vermoord omdat hij 'verraad' zou hebben gepleegd. Campert zou de namen van leden van een geheime kampraad hebben doorgegeven aan de Duitsers. Op de voorpagina van de krant werd een nieuwsbericht met een verwijzing naar het interview opgenomen met als kop: 'Verzet bracht Campert om'.
Het verhaal sloeg in als een bom en de mededeling dat Jan Campert fout was geweest in de oorlog, leidde tot een stroom aan reacties. In de eerste plaats natuurlijk in de media: televisie, radio en alle Nederlandse kranten brachten het bericht over Jan Camperts ellendige einde prominent naar voren.
De opvallendste reactie was de column van Remco Campert in De Volkskrant van maandag 21 februari, waarin hij een pleidooi deed het gedicht van zijn vader 'Het lied der achttien dooden' 'uit deze gruwzaamheid' te redden. Het gedicht heeft geen schuld, schreef Campert.

'Neuengamme', Remco Campert.

Naam handhaven?
Als gevolg van de commotie werd direct na het verschijnen van het interview de Jan Campert-stichting, en met name de voorzitter Anton Korteweg, gevraagd of de stichting nu wel haar naam kon handhaven. Indertijd was immers de Jan Campert-stichting opgericht met een uitdrukkelijke verwijzing naar het verzetsverleden van de dichter Jan Campert. Korteweg reageerde op dit soort vragen met een verwijzing naar het gemeentebestuur van Den Haag (waaronder de Jan Campert-stichting valt), als de enige instantie die kan beslissen over de naam van de Stichting. De gemeente zou kunnen oordelen dat Jan Campert niet langer een goede naam was voor de Stichting, als zou blijken dat Campert een verrader was geweest. In dat geval zou de Jan Campert-stichting deze mening van het gemeentebestuur delen. Op grond van deze uitleg ontstond bij sommigen ten onrechte het idee dat het bestuur van de Jan Campert-stichting een naamswijziging voorstond.
Korteweg verzocht het gemeentebestuur dan ook om een standpunt over deze kwestie. Het gemeentebestuur besloot een onderzoek in te stellen naar de geschiedenis van de oprichting van de Jan Campert-stichting in 1947. De Campertstichting kon verder alleen maar de uitkomst van het onderzoek afwachten.

Kritische kanttekeningen
Direct na de publicatie van het interview met Kleinveld verschenen er berichten, ingezonden brieven en beschouwingen in de pers, waarin de mededelingen uit het kranteninterview genuanceerd en in een contekst werden geplaatst. Er werden vraagtekens gezet bij het verhaal waarvan de enige bron Van Bork was, die in 1987 overleed en het ooit aan Kleinveld had verteld. Daarnaast werd in verschillende artikelen gewezen op het feit dat in concentratiekampen vaker hardhandige ruzies tussen gevangenen om een stuk brood voorkwamen en dat in sommige kampen blokoudsten (Van Bork was blokoudste van de barak waarin Campert zat) of een onofficiële kampraad soms een gruwelijke terreur uitoefenden tegenover gevangenen
die zich niet aan de door hen vastgestelde regels hielden. Liquidaties als er al dan niet terechte vermoedens bestonden over iemands betrouwbaarheid kwamen vaker voor. Of Jan Campert wel of niet verraad had gepleegd, was volgens die schrijvers absoluut niet vast te stellen, en een discussie over het al dan niet wijzigen van de naam van de stichting die naar hem is genoemd, zou dan ook niet aan de orde horen te zijn.
In enkele gedichten die naar aanleiding van de berichten over Jan Campert werden geschreven en hier en daar voorgedragen, kwam een vergelijkbare mening naar voren. Een van hen citeerde Camperts 'Lied der achttien dooden': 'en zoo ik heb gefaald/ gelijk een elk wel falen kan,/ schenk mij dan uw gena''.

Gedichten van Douwes Dekker en Benus

Brieven aan de Jan Campert-stichting
Ook Anton Korteweg ontving talloze brieven en mails waarin om een standpunt werd gevraagd en vaak ook onomwonden stelling werd ingenomen: veel briefschrijvers stelden verandering van naam voor, minstens zoveel vonden dat er veel te weinig en bovendien twijfelachtig materiaal was om Jan Campert van verraad te beschuldigen. Een naamswijziging zou volgens deze email- en briefschrijvers onnodig en verkeerd zijn. Anderen stelden dat het verkeerd zou zijn om nu, zestig jaar na dato, de rol van 'zuiveren' te gaan spelen, op grond van een onverifieerbaar verhaal. Weer anderen wezen erop dat Camperts 'Het lied der achttien doden' ook in deze commotie overeind bleef en zijn inspiratiewaarde bleef houden.
In een schriftelijke reactie verwees Anton Korteweg deze schrijvers en mailers naar het onderzoek van de Haagse gemeentearchivaris naar de naamgeving van de Jan Campert-stichting en deelde mee dat de Campertstichting zich zou beraden, als het onderzoek was afgesloten en B en W van Den Haag een standpunt hadden ingenomen.

Anton Korteweg aan de Vrienden (april 2005)`

Onderzoek
De Haagse gemeentearchivaris Charles Noordam heeft in opdracht van het gemeentebestuur de kwestie in onderzoek. De nadruk van zijn onderzoek zal liggen op de gang van zaken rond de naamgeving van de Jan Campert-stichting, waarover onduidelijkheid bestaat. In 1948 had A.J. van der Leeuw, lid van de Commissie voor de Perszuivering en later de rechterhand van Loe de Jong bij het RIOD, het bestuur van de (gemeentelijke) Jan Campert-Stichting mondeling gewezen op het (mogelijke)oorlogsverleden van Jan Campert. In 1950 stuurde hij een rapport met het belastend materiaal over Jan Camperts gedrag vlak voor en in de oorlog aan het stichtingsbestuur, dat op zijn beurt het College van B en W inlichtte. Dat ontving bedoeld rapport desgevraagd van het ministerie van OKenW, onder de voorwaarde dat slechts het College onder geheimhouding ervan kennis mocht nemen. B en W hielden zich aan die geheimhoudingsplicht en stelden de Gemeenteraad niet van het rapport in kennis. De nog jonge Jan Campert-stichting hoefde in 1950 niet op zoek naar een andere naam.

Persbericht

Anton Korteweg aan de Vrienden
(29-09-2005)

Geen naamsverandering Jan Campert Stichting (27-09-2005)
Op voorstel van de wethouder Financiën en Cultuur, Else van Dijk-Staats, heeft het college besloten dat er geen reden is om met het bestuur van de Jan Campert-Stichting te gaan praten over naamsverandering van de stichting. Het rapport van de gemeentearchivaris over de gedragingen van Jan Campert in de oorlog vormt de basis voor dit collegebesluit.

De schrijver, dichter en journalist Jan Campert is de auteur van het bekende verzetsgedicht ‘De Achttien Dooden’. Hij stierf op 12 januari 1943 in het concentratiekamp Neuengamme. In februari 2005 verscheen er een artikel in de pers over door Jan Campert gepleegd verraad in Neuengamme. Medegevangenen zouden hem vervolgens om het leven hebben gebracht. Deze berichten leidde tot hevige discussies.

Onderzoek
De gemeente Den Haag heeft in 1947 de Jan Campert-Stichting opgericht. Deze stichting reikt jaarlijks in hoog aanzien staande literaire prijzen uit. De gemeente heeft daarom een bijzonder belang bij duidelijkheid over de verwijten aan het adres van Jan Campert. Op 22 februari 2005 is daarom aan de gemeentearchivaris gevraagd een onderzoek daar naar in te stellen. Het onderzoek is nu klaar. Het geeft een genuanceerd beeld van de gedragingen van Jan Campert in de oorlog. Geconcludeerd wordt, dat het onwaarschijnlijk is, dat Jan Campert wegens verraad door medegevangenen om het leven is gebracht.

Verwijten
In een rapport uit 1950 zijn aan het adres van Jan Campert al verschillende verwijten geuit. Dit rapport is in 1950 op last van het Kabinet als geheim bestempeld. Later speelde de discussie naar aanleiding van verschillende publicaties zich meer in het openbaar af. In recente persartikelen zoals in de NRC van februari 2005 kwamen opnieuw verwijten naar voren. Ook deze verwijten zijn in het onderzoek betrokken. Vastgesteld is, dat sommige van die verwijten zeker of waarschijnlijk zijn. Andere verwijten zijn onzeker en soms zelfs onwaarschijnlijk. Vast staat dat Jan Campert verzetsactiviteiten heeft ondernomen.

Burgemeester en wethouders hebben geconcludeerd, dat het rapport geen aanleiding geeft om met de Jan Campert-Stichting te gaan praten van de stichting.

Voor de volledige tekst van het rapport, klik hier .



naar boven