Zoeken

Het symposium van de Jan Campert-Stichting wordt elk jaar in het najaar gehouden en is een van de belangrijkste activiteiten van de Campert-Stichting. Zo is het niet vanaf het begin in 1947 geweest. Aanvankelijk werd er incidenteel een symposium of een forumdiscussie georganiseerd. Vanaf 1987 werd het symposium een jaarlijkse traditie.

2004
Het onderwerp van het symposium 2004 van de Jan Campert-Stichting was: 'Jan Campert en zijn tijd. Leven en werk van de dichter Jan Campert', naar aanleiding van de biografie die Hans Renders over Jan Campert schreef. De Bezige Bij bestond in 2004 60 jaar, en het is Camperts befaamde rijmprent De achttien doden geweest die aan de wieg gestaan heeft van de geboorte van deze belangrijke literaire uitgeverij. Maar Jan Campert is meer geweest dan de dichter van ons bekendste verzetslied, meer dan de vader van Remco Campert en meer dan de man naar wie de Haagse stichting is genoemd, die al meer dan een halve eeuw belangrijke literaire prijzen toekent. Campert was ook een veelzijdig journalist, de dichter van enkele bijzondere gedichten en een romanschrijver wiens werk nog in de jaren zestig als Ooievaar-pocket in een oplage van 10.000 exemplaren werd herdrukt. Daarnaast was hij een man die in zijn korte leven een niet onomstreden rol in het verzet heeft gespeeld. Over hem verscheen in november 2004 een biografie van Hans Renders, Wie weet slaag ik in de dood, en op het symposium werd Dat ik van binnen brand, een bloemlezing uit zijn poëzie, gepresenteerd. Eerder in 2004 verscheen van Remco Campert Over mijn vader.
Tijdens het symposium werden lezingen gehouden over Jan Campert als journalist (door zijn biograaf Hans Renders), Jan Campert in zijn tijd (door Max Nord die Campert persoonlijk gekend heeft), de betekenis van de dichter Jan Campert (door de Groningse neerlandicus Gillis Dorleijn) en Jan Campert als romanschrijver (door de Groningse neerlandica Erica van Boven). Bovendien werd Remco Campert geïnterviewd.

2003
Op 31 oktober 2003 werd een symposium gehouden onder de titel 'Schaamte en schandaal? De grenzen van het schrijverschap', over de opkomst van de (auto)biografische roman. De volgende vragen kwamen daarbij aan de orde: Hoe herkenbaar mag een bestaand persoon in een roman beschreven worden? Waarom wil een schrijver zoveel van zijn of haar persoonlijke leven laten zien? Hebben uitgevers belang bij het uitgeven van autobiografische boeken? Moeten er grenzen worden gesteld aan de openhartigheid van de schrijver? Tot eensluidende antwoorden op deze vragen kwam het niet. De lezingen werden gehouden door Piet Meeuse (citaat: 'Autobiografische gegevens - en ook biografische - worden pas interessant wanneer ze bewerkt zijn tot een overtuigend verhaal'), door Henk Romijn Meijer, die een indringende roman schreef over het persoonlijk en huiselijk leven van Adriaan Morriën, door Maarten 't Hart (citaat: 'Eerlijk gezegd denk ik dat het veel moeilijker is om superieur autobiografisch proza af te leveren dan een product van de verbeelding'), door uitgever Peter Nijssen onder de titel 'Autofictie - dat loopt niet automatisch gesmeerd', van Elsbeth Etty die de term 'niet-fictionele roman' heeft uitgevonden en van Mario Molegraaf (citaat: 'Er is geen enkele reden om neerbuigend te doen over autobiografische literatuur').

2002
Op 15 november 2002 vond een symposium plaats over de verfilming van Nederlandstalige romans, 'Het boek was toch beter'. Er waren lezingen van filmrecensent Peter van Bueren over de kwaliteit van die verfilmingen, van regisseur Hans Hylkema over de verfilming van Hella Haasse’s Oeroeg, van roman- en scenarioschrijver Kees van Beijnum, van essayist Jan Donkers, van scenarist Gerard Soeteman en van acteur Thom Hoffman. De enigszins provocerende stelling van het symposium werd door de meeste spekers niet bevestigd.

2001
Op 14, 15 en 16 december 2001 werd een driedaags symposium gewijd aan Gerard Reve, 'De Grote Reve Dagen'. Dit symposium vond plaats in het kader van een overzichtstentoonstelling over Reve in het Letterkundig Museum. Bram Peper, Jaap Goedegebuure, Aleid Truijens, Jef Rademakers en G.F.H. Raat hielden lezingen over zijn leven, zijn werk, zijn invloed op jongere schrijvers, over de vertalingen van zijn werk en over zijn thematiek. Ook werd er een modeshow gehouden door 'De Jongens', alias Teigetje en Woelrat, twee van Reves vroegere partners.

2000
Het symposium op 13 oktober 2000 stelde onder de veelzeggende titel 'Hoe geleerder hoe verkeerder', de positie van vrouwen in de literatuur en de literaire kritiek aan de orde. Het thema werd vanuit een historisch en vanuit een actueel perspectief benaderd in lezingen van Riet Schenkeveld-van der Dussen, Toos Streng en Erica van Boven. De schrijfsters Dirkje Kuik, Nelleke Noordervliet en Manon Uphoff kwamen daarna aan het woord over de vraag of zij anders beoordeeld worden dan hun mannelijke collega’s en zo ja in welk opzicht.

1999
Op 5 november 1999 werd een symposium gehouden, getiteld 'De taal van het geluk', over het verschijnsel dat schrijvers gemakkelijker lijken te schrijven over ongelukkige dan over fortuinlijke ervaringen. Schrijft men over geluk, dan ligt pathetiek op de loer. Ruut Veenhoven, Arjan Peters, Hans Maarten van den Brink, Jan Mulder, Elly de Waard en Piet Calis spraken over de vraag wat geluk eigenlijk is, hoe de lezer aankijkt tegen literaire geluksbeschrijvingen en hoe moeilijk het in de praktijk is voor een schrijver om zijn of haar geluksmomenten weer te geven.

1998
Op 20 november 1998 werd een symposium gewijd aan Simon Vestdijk, 'Visies op Vestdijk' getiteld. Er werd ingegaan op Vestdijks ideeën over psychologie en psychiatrie, over zijn lotgevallen tijdens de oorlog, over de positie van zijn laatste roman 'De persconferentie' binnen zijn oeuvre, over de humor in zijn werk en over zijn denkbeelden over muziek.

1997
Op 14 november 1997 vond een jubileum-symposium plaats. De Campert-stichting bestond vijftig jaar. Daarom was het symposium, getiteld 'Kruis of munt' gewijd aan de literaire prijzen in Nederland. Van verschillende kanten werd het fenomeen van de literaire prijs belicht. Wat brengt het jurylidmaatschap met zich mee? Is een grote prijs evenveel waard als een kleinere? Wat doet een bekroning met een auteur? Ook werd de geschiedenis van de prijsuitreikingen van de Campert-stichting onder de loep genomen.

1996
Op 15 november 1996 vond een symposium plaats over het aanschafbeleid van de openbare bibliotheek, onder de titel 'De openbare bibliotheek is er niet voor ons'". Een dichter - die zich ergerde aan het feit dat dichtbundels en andere 'moeilijke' boeken maar mondjesmaat werden aangeschaft - en een uitgever - die verontwaardigd was over de oneigenlijke concurrentie die de bibliotheek de uitgeverij aandoet - vertegenwoordigden het standpunt dat in de titel van het symposium tot uitdrukking wordt gebracht.

1995
Op 2 november 1995 werd een symposium gehouden onder de titel 'Toneel in Nederland - Taal of spektakel?' Er werden door de sprekers verschillende beweringen gedaan. Regisseurs en acteurs zouden teveel met de taal en de opzet van het oorspronkelijke toneelstuk aan de haal gaan. Toneel is geen geschikt medium gebleken voor maatschappelijk engagement. Er zijn weinig romanciers die toneelstukken schrijven omdat ze in hun jonge jaren waarschijnlijk weinig naar het theater zijn geweest en er daarom weinig gevoel voor of affiniteit mee hebben.

1994
Op 4 november 1994 werd een symposium gehouden over Martinus Nijhoff, naar aanleiding van diens honderdste geboortejaar. De voor zich sprekende titel: 'De blijvende actualiteit van Martinus Nijhoff'.

1993
Op 5 november 1993 werd een symposium gehouden onder de titel 'Kan het geluid wat zachter?', gewijd aan de manier waarop in de media met literatuur wordt omgegaan. Te schreeuwerig, zo is de aanname. Maar de sprekers zijn het daar niet mee eens. Enerzijds moet men wel lawaai maken om de aandacht te vestigen op dit boek van deze schrijver, anderzijds trekt de literaire kritiek zich er op de keper beschouwd, ook weer niet al te veel van aan.

1992
Op 6 november 1992 vond, in samenwerking met het Landelijk Platform voor Kinder- en Jeugdliteratuur een symposium plaats over jeugdliteratuur: 'Literatuur zonder leeftijd'. De lezingen werden gepubliceerd in het Documentatieblad kinder- en jeugdliteratuur (1993).

1991
Op 1 november 1991 werd een symposium gehouden over de vraag of Nederlandse literatuur interessant was voor het buitenland, onder de titel 'Wereldberoemd in Nederland'. Uit de lezingen valt op te maken dat het, na een lange en moeizame aanloopttijd, eindelijk lukt om Nederlandse literatuur in het buitenland te verkopen. Wat bij Couperus vroeger niet is gelukt, lukt nu wel met Nooteboom, Mulisch, Minco, Claus, Bernlef en Haasse.

1990
Op 2 november 1990 vond er een symposium plaats onder de titel 'Hebben de Neerlandici de literatuur overmeesterd?', naar aanleiding van een uitspraak van Maarten ’t Hart. Hij doelde daarbij niet alleen op schrijvers die Nederlands hadden gestudeerd, maar ook op critici. De sprekers gaven blijk van een iets genuanceerdere visie op de Neerlandici en de literatuur.

1989
Op 3 november 1989 werd een symposium gewijd aan 'De schrijversbiografie als probleem'. Daarbij werden verschillende gezichtspunten gekozen: de biografie in nationaal en in internationaal perspectief, de biografie gezien vanuit de biograaf en vanuit de schrijver die zijn eigen leven beschouwt.

1988
Op 28 oktober 1988 vond er een symposium plaats, getiteld 'Wat heet "fout" in de literatuur?' Het onderwerp werd gekozen tegen de achtergrond van de toen net weer opgelaaide discussies over collobaratie van schrijvers tijdens de Tweede Wereldoorlog en over literair antisemitisme. Conclusies: voor schrijvers was het rond 1940 niet eenvoudig om 'goed' te zijn, maar niet goed betekent niet altijd fout. Het is weinig zinvol om te spreken van foute schrijvers of foute literatuur. Het kwaad dient in de wereld zelf bestreden te worden en niet in de literatuur.

1987
Op 9 oktober 1987 werd het eerste echte symposium gehouden over de dekolonisatie in de Indische en Indonesische cultuur. De weerslag daarvan is niet te vinden in een van de Berichten aan de vrienden, maar in het tijdschrift Indische letteren.

1983
In december 1983 werd er een 'ontmoeting' georganiseerd tussen de toenmalige laureaten en Haagse scholieren en studenten, voorafgaand aan de prijsuitreikingen. In latere jaren zouden wel meer van dergelijke ontmoetingen plaatsvinden.

1977
In de zomer van 1977 vond er een 'forum' plaats over de Nederlandse toneelschrijfkunst. Daarin werd de rol van de schrijver van een toneelstuk belicht, naast en ook tegenover die van de regisseur en de acteur.

1975
In december 1975 werd er een 'conferentie' gehouden over jeugdliteratuur. Er werd toen een pleidooi gehouden voor het hanteren van literaire criteria bij het beoordelen van jeugdboeken. De bruikbaarheid van die boeken voor pedagogische doeleienden diende, zo vond men, hieraan ondergeschikt te zijn.

1955
In de herfst van 1955 werd een tweedaagse 'conferentie' gewijd aan de Nederlandse kritiek. Uit de passages die van die conferentie zijn overgeleverd, valt op te maken dat de ene spreker zich zorgen maakten over het ontwikkelingspeil van de lezers, een andere spreker over het ontwikkelingspeil van de critici. Ook vroeg men zich af of er verhouding tussen schrijver en criticus wel gezond was. Een enkele optimist zag een gunstige wisselwerking tussen literatuur en kritiek, die allebei uit zouden zijn op waarheidsgetrouwheid en authenticiteit.